Nieuws

29 december 2021

EK en WK korte baan 2021; de nabeschouwing van twee toptoernooien

Luc Kroon samen met F1-coureur en wereldkampioen Max Verstappen (met dank aan Jaap de Groot).

Snelheid, spanning en spektakel hebben het kortebaanzwemmen een volwaardige status bezorgd sinds begin jaren '90 van de vorig eeuw. Zwemmers over heel de wereld omarmen het racen over de korte baanlengte. Enige verschil tussen continenten is dat de USA weer afwijkt van de korte metrieke afstanden, omdat daar de badjes van 25 yards nog steeds de boventoon voeren. Voor media zijn wedstrijden op de 25 meterbaan nog steeds niet interessant. Voornaamste reden: ze hebben geen Olympische status.

Fijnproevers beweren dat het kortebaanzwemmen afbreuk doet aan de essentie van de sport. Een explosieve start, een lang verblijf onder water, slechts een paar slagen en dan alweer keren. Deze lieden spreken er hun afschuw over uit. Maar juist het starten en keren en de onderwaterfase zijn essentieel in het wedstrijdzwemmen.
Het zijn juist die specifieke technische vaardigheden die een zwemmer groot maken, wist Jacco Verhaeren ooit te melden in het NRC tijdens een interview met Mark Hoogstad eind vorige eeuw. Reden waarom de trainer van PSV, hofleverancier van de nationale ploeg, zijn pupillen aanmoedigde om een 25-meterbassin in te duiken. “Op de kortebaan wordt een zwemmer geconfronteerd met zijn of haar tekortkomingen en dus gedwongen om te werken aan essentiële details als de starten of het keerpunt."

Dit najaar was het druk met internationale ontmoetingen als International Swimming League (ISL), Europese kampioenschappen (EK) en wereldkampioenschappen (WK). Gelukkig konden Nederlandse zwemmers in eigen land terecht bij de NK estafette, de NK individueel en het NJK in november/december.

Het was zelfs een druk en intensief najaar voor de Nederlandse top met EK en WK met slechts een maand tussenruimte. Op beide toernooien was een Oranjeafvaardiging nadrukkelijk aanwezig op het podium.

EK Kazan

Een derde plaats in het medailleklassement achter Europese grootmachten als Italië en Rusland was natuurlijk een resultaat om mee thuis te komen. De oogst vermeldde negen medailles voor de zwemsters en zeven voor de zwemmers plus de Europese titel op de beide mixed estafettes 4x50 wissel en 4x50 vrij. De mannenploeg met Jesse Puts, Stan Pijnenburg, Kenzo Simons en Thom de Boer ging voor goud op de 4x50 vrij en bleef Italië 0,03 seconde voor. In de EK-historie herhaalde het viertal de gouden prestatie van Nederland in Sheffield 1998, Riesa 2002, Dublin 2003 en Triëst 2005.

De mannen hadden in Luc Kroon bovendien een jonge zwemmer, die gebruikmakend van zijn natuurlijk talent op de laatste banen van de 400 meter vrije slag wist toe te slaan en het Wilhelmus kon laten klinken. De Volendammer zorgde samen met Stan Pijnenburg voor nog meer succes dankzij hun zilver en brons op de 200 meter vrije slag. Op dit nummer werd duidelijk dat juist de details van het finishen ongelooflijk belangrijk zijn, want Kroon moest op dat punt zijn meerdere erkennen in de 17-jarige Popovic. De Roemeen was in zijn laatste slag feller en dat was precies het verschil van 0,08 seconde bij de muur.
Juist die laatste beweging in de richting van het aantikken bracht ook Shymanovich goud op de 200 meter schoolslag en Kamminga het zilver. In tijd gemeten was het 0,01 seconde.

Bij de dames trad Nederland voor het eerst in het strijdperk zonder beide vaandeldragers bij een toptoernooi. Femke Heemskerk speelde in Glasgow 2019 nog een belangrijke rol in o.a. de estafette 4x50 vrij  (goud op de met Frankrijk gedeelde eerste plaats), terwijl Ranomi Kromowidjojo na Glasgow ook in Kazan niet tot de deelnemers behoorde. ‘Kromo’ deed negen EK’s korte baan en verzamelde daarbij vijftien gouden prijzen.
Nu groeide Kira Toussaint uit tot de primadonna in de Nederlandse ploeg dankzij haar drievoudige winst op de rugslag onderdelen en het goud op de gemengde estafette 4x50 meter wisselslag.
Grote winst op het kampioenschap in Kazan was de zege van Marrit Steenbergen op de 200 meter vrije slag. Zij was al ‘terug’ op het niveau dat haar vele jaren was toegedacht, maar de Olympische Spelen in Tokio waren haar niet gunstig gezind en slechts goed voor een start in de serie estafette 4x100 vrije slag. Het plezier in zwemmen was echter gebleven en daarom was Kazan met de titel op de 200 meter vrije slag na het brons op de 100 meter een topprestatie. Een bewijs ook dat zij echt ‘terug’ is in Europa.

WK Abu Dhabi

Wereldkampioenschappen korte baan waren in het verleden altijd toernooien, die golden als het kortebaanhoogtepunt van het jaar. Na een EK begin november was het dus niet duidelijk of de groep van bondscoach Mark Faber nog een keer kon ‘pieken’. Was het allemaal niet te veel van het goede geweest? Nauwelijks echte vakantie na de Tokyo, omdat het ISL toernooi met de hoogtijdagen in Napels en Eindhoven veel energie kostte.

Een intensieve voorbereiding met veel wedstrijden zijn juist voor de 50 en 100 meter zwemmers ideaal, wordt wel gezegd. De sprinters ofwel de liefhebbers van korte afstanden leken inderdaad te gedijen en zeker de aanwezigheid van Ranomi Kromowidjojo kwam uitstekend van pas. Zij had geen last van de vele starts en als geen andere kan zij zich instellen op sprints over 50 meters. Dat bewees zij met de winst op de 50 meter vlinderslag (24.44), die met dikke digitale letters in haar mindset stond gebeiteld. Het was een voltreffer. Zij klopte eeuwige ‘rivale’ Sara Sjöström met enkele honderdsten, maar miste het WR van Teresa Alshammar (24.38) met een vingerknip.
Natuurlijk had zij ook de 50 vrij willen winnen, maar het ‘verlies’ tegen Sjöström (in februari jl. geveld door een gebroken elleboog) kwam niet zo hard aan.

Ranomi Kromowidjojo ook bij haar zesde WK van onschatbare waarde

De waarde van Ranomi Kromowidjojo was natuurlijk onovertroffen. Dat bewees zij in de estafettes (o.a. het goud op de 4x50 meter wisselslag gemengd met Kira Toussaint (rug), Arno Kamminga (school), zijzelf (vlinder) en Thom de Boer (slotzwemmer). Zij sloot het mondiale toernooi af met zes medailles en is nu de meest gelauwerde (most decorated) zwemster met een totaal van 28 medailles. Op de lijst is zij de Hongaarse Hosszu voorbij. Voor Kira Toussaint verliep het toernooi niet zoals zij in gedachten had. Al in de laatste weken voor vertrek kampte zij met ziekte. Dat werkte nog na in het toernooiverloop en kostte de wereldrecordhoudster een finaleplaats op haar favoriete 50 meter rugslag.

Tot slot

De Nederlandse ploeg deed mee op wereldniveau in zeventien individuele finales (tien bij de dames en zeven bij de heren) en was opvallend aanwezig in negen van de twaalf estafettes. Estafettes met series en finales betekenden flink extra werd voor de Stafleden. Er kon, zoals afgesproken, geschoven worden met de aanwezige zwemmers. Alleen op de schoolslag was dat bij de mannen niet mogelijk en moest Kamminga weer eens - na een persoonlijke start in de series - schakelen om zijn schoolslag aandeel te leveren.

De medailles: 2x Goud, 3x Zilver, 3x Brons

Goud: 50 meter vlinderslag Ranomi Kromowidjojo

Goud: 4x50 meter wisselslag Mixed: Kira Toussaint, Arno Kamminga, Ranomi Kromowidjojo, Thom de Boer.

Serie: Tessa Giele, Arno Kamminga, Nyls Korstanje, Kim Busch

Zilver: 50 meter vrije slag Ranomi Kromowidjojo

Zilver: 200 meter schoolslag Arno Kamminga

Zilver: 4x50 meter vrije slag Mixed: Jesse Puts, Thom de Boer, Ranomi Kromowidjojo, Kira Toussaint

Serie: Jesse Puts, Kenzo Simons, Kira Toussaint, Ranomi Kromowidjojo

Brons: 4x50 meter vrije slag Mannen: Jesse Puts, Kenzo Simons, Stan Pijnenburg, Thom de Boer

Serie: Stan Pijnenburg, Kenzo Simons, Thomas Verhoeven, Thom de Boer

Brons: 4x50 meter wisselslag Vrouwen: Kira Toussaint, Kim Busch, Maaike de Waard, Ranomi Kromowidjojo.

Serie: Tessa Giele, Kim Busch, Ranomi Kromowidjojo, Maaike de Waard

Brons: 4x50 meter vrije slag: Kim Busch, Maaike de Waard, Kira Toussaint, Ranomi Kromowidjojo

 


 

 

Deel dit artikel