Nieuws

25 juli 2021 • Jos van Kuijeren

Kamminga finalist 100 school, geen medaille 4x100 vrij

orangepictures.nl

Arno Kamminga heeft zich in Tokio geplaatst voor de finale van de 100 meter schoolslag. Met een tijd van 58,19 (tussentijd 27.20) plaatste hij zich als tweede bij de laatste acht. Hij is de eerste Nederlander in de historie, die op dit nummer (sinds 1968) zover is gekomen. De beste prestatie tot nu toe was voor Ron Dekker, die in Seoul 1988 in een swim-off met de Hongaar Debnar van een finaleplaats werd gehouden.

Kamminga verbeterde een dag eerder in de series met 57,80 zijn eigen NR. Dit keer ging het wat langzamer. Ook moest hij Nicolo Martinenghi lang naast zich dulden, maar de Katwijker tikte iets eerder aan. “Het ging nu niet om de tijd, maar vooral om het halen van de finale”, was direct na afloop zijn reactie. Kamminga zwemt in baan 5 naast Peaty (baan 4).

Adam Peaty noteerde in de andere halve finale de snelste tijd. De Engelsman, met 56,88 wereldrecordhouder, regerend olympisch kampioen en sinds al meer dan vijf jaar onverslaanbaar, deed het voor zijn doen “rustig aan” met 57,63.

In de finale zijn de Italiaan Nicolo Martinenghi (58.28, tussentijd 27.38), de Chinees Yan Zibei (58.72) en de Amerikaan Michael Andrew (58.99) ook medaillekandidaat.

Geen olympische medaille op 4x100 vrij: 'Vierde worden is gewoon heel erg balen'

De Nederlandse zwemsters op de 4x100 meter vrije slag misten het vermogen om aanspraak te maken op een medaille. Meer dan een vierde plaats in 3:33.70 was er niet weggelegd voor Kim Busch (54.64), Ranomi Kromowidjojo (52.87), Kira Toussaint (54.14) en Femke Heemskerk (52.05). De tijd was een fractie langzamer dan in de series. Toen zwom Marrit Steenbergen als derde.

Australië met als uitblinker Emma McKeon (51.35) veroverde net als in 2012 en 2016 het goud in een wereldrecord: 3:29.69. Canada werd tweede (3:32.78) en de USA eindigde als derde: 3.32.81.

Het was de 22ste maal in de olympische historie dat Nederland op estafette in de finale stond. De laatste keer dat de finale niet gehaald werd, was in Mexico 1968. Het kwartet van toen (Hella Rentema, Bep Weeteling, Mirjam van Hemert en Nel Bos) bleef na de serie steken op de negende plaats.

Volgens de NOS-app bleek de ketting eens te meer zo sterk als de zwakste schakels. Startzwemster Busch tikte aan na 54.64, waarna Kromowidjojo als achtste en laatste moest overnemen.

De Groningse gebruikte 52,87 seconden, de na haar gestarte Toussaint (in de plaats van Marrit Steenbergen) was sneller dan ooit met 54,14. Slotzwemster Femke Heemskerk stond voor de welhaast onmogelijke opgave nog in de buurt van een medaille te komen. Met haar 52,05 bracht ze het kwartet toch van de zevende naar de vierde plek.

In de optiek van Kromowidjojo stond het viertal in Japan voor een té grote opgave. Voor de NOS-camera zei met een zekere berusting: "We hebben gestreden. Maar als je realistisch bent, hadden we hier écht boven onszelf moeten uitstijgen om op het podium te komen. En dat is niet gebeurd."

Deel dit artikel