background image
 
*

Kleurloze competitie? Lees de ideeŽn en suggesties van John van Susteren en reageer

Door: John van Susteren   |   04/03/2016
Kleurloze competitie? Lees de ideeŽn en suggesties van John van Susteren en reageer
Hoogeveen selectie traint op Tenerife

Een maand geleden noemde Zwemkroniekredacteur Jos van Kuijeren, de derde ronde van de verenigingszwemcompetitie 'kleurloos'. Op Facebook kwamen nogal wat reacties binnen in de trant van 'wij hadden een mooie wedstrijd'. De opmerking gold echter het landelijke verloop en het gebrek aan spanning. De competitie is al een halve eeuw een instituut, waarin alleen op details veranderingen zijn toegepast. John van Susteren (RZC-zwemmer) reageerde met uitgesproken ideeŽn en suggesties. En daarvoor krijgt hij alle ruimte vlak voor het weekend van de grote beslissingen. En er kan op gereageerd worden op welk medium dan ook.


"Laat ik allereerst voorop stellen dat het goed is om de breedtesport aandacht te geven en daarvan is de landelijke competitie denk ik het beste voorbeeld", schrijft John van Susteren.

 

Het programma

Aan het programma of de verdeling van afstanden, daar is namelijk altijd wat op aan te merken, ga ik niet veel zeggen.
Als de afstanden te kort zijn, worden de verschillen wel heel erg klein (spannend!), maar gezien het feit dat (bijna) alles (?) handgeklokt is in de competitie, komt er dan veel neer op scherpe officials. En zoals wij weten, heeft niet iedere official hetzelfde niveau. Daarnaast resulteert een dergelijke opzet in een 
sprintersbal op steeds dezelfde afstanden. Bij alleen maar lange afstanden resulteert dat in het tegenovergestelde resultaat.

Een goede verdeling van afstanden en slagen over alle verschillende leeftijdsgroepen lijkt mij daarom goed. Op dit moment is daar in mijn ogen (zover ik kan overzien) sprake van, maar zelfs dan heeft iedereen er nog wel wat op aan te merken/over te klagen. Maar omdat ik het complete programma (alle afstanden voor alle leeftijden) niet direct paraat heb, doe ik hier verder geen uitspraken over.


Indien er tijd is om dit nader te bestuderen, zou dat wel kunnen gebeuren. Maar ik neem aan dat daarvoor iemand in dienst is bij de KNZB. Daarnaast is er natuurlijk ook nog het verloop van het programma, naar mate je in een lagere klasse komt. Zover ik weet, worden de afstanden naar beneden toe korter.

De logica zou zijn dat kleinere clubs minder getrainde zwemmers hebben/minder trainingsuren en daardoor minder goed de langere afstanden aan kunnen. Maar hierover zou je ook kunnen discussiŽren, dat geldt immers voor al die teams in die klasse.


De puntentelling
Daarna komt de puntentelling. Op dit moment is iedere seconde een punt. Dit is een erg simpele opzet en voor iedereen te begrijpen, maar in mijn ogen enigszins in het voordeel van de zwemmers die wat beter zijn op de langere afstanden.

Daar valt dan de winst te pakken. Dit zou je kunnen "opheffenĒ door hetzelfde puntentellingssysteem te gebruiken, als bij het schaatsen in de allround kampioenschappen (NK/EK/WK). Reken alle afstanden terug naar 50m.

Dit resulteert in dat 30.00 op de 50m net zoveel punten oplevert als 2.00.00 op de 200m.

Of hierdoor verschillen in de eindrangschikking ontstaan ten opzichte van de eindrangschikking van nu weet ik niet, maar het is aannemelijk. Aangezien alle uitslagen op de KNZB-site staan, kan het uitgerekend worden.


De structuur
Tot slot heb je de structuur van de competitie en de promotie- en degradatieregeling. Wat mij betreft is de finaleronde voor de hoofdklasse enigszins mosterd na de maaltijd. Erg leuk een wedstrijd op hoog niveau, maar enige vorm van competitie tussen de verenigingen (ik bedoel niet de zwemmers individueel) is ver te zoeken. De eindwinnaar staat eigenlijk al vast en voor de teams die 6-7-8 worden (en misschien ook wel alle andere behalve de nummer één) is het een verplicht nummer. Maar in het verleden zijn er zelfs verenigingen geweest die voor dit Ďmoetjeí niet naar het bad gekomen zijn.

Hoe je kampioen wordt, dient in elke klasse gelijk te zijn in mijn ogen. Dat creŽert namelijk duidelijkheid. Ditzelfde geldt voor de promotie- en degradatieregelingen. Als een nacompetitie al wenselijk is, dient dit voor elke klasse te zijn op dezelfde wijze.


Daar komt bij de grootte van de competities. Wat mij betreft mogen die véél kleiner worden. Dit heeft meerdere redenen.

1.Allereerst de belangrijkste reden. Met kleine competities is er meer strijd om promotie/degradatie, omdat je sneller in de buurt komt van promotie of degradatie.

Een team heeft daardoor altijd wat om voor te zwemmen. Zwem bijvoorbeeld met 15 teams in een competitie waarvan de bovenste 5 promoveren en de onderste 5 degraderen (slechts een voorbeeld).

Bij het voetballen spelen ze niet voor niets in veel kleinere competities dan wij bij het zwemmen nu doen.


2. Promotie (of degradatie) levert publiciteit op! En publiciteit betekent een toename van aantrekkelijkheid voor sponsors, meer zichtbaarheid voor de vereniging in de lokale media.

Uiteindelijk moet je als club ook concurreren met andere sportverenigingen om de publiciteit. En als zwemmers delven we vaak het onderspit. Een ONK Senioren wordt minder belangrijk gevonden dan de wedstrijd van de lokale voetbalclub op het laagste niveau (Ik heb Ďt meegemaakt).


3. Hoe groter het aantal klassen, des te groter is de barriŤre om uit de competitie te stappen. Er uit stappen betekent immers dat het jaren duurt om  weer terug te komen. (mocht een vereniging uitstappen, dan degradeert in de betreffende competitie het jaar er na een vereniging minder).



De ZPC Hoogeveen behoort al vele jaren tot de landelijke top in de competitie. De Drentse selectie trainde ter voorbereiding op de belangrijke wedstrijden van dit seizoen (en daar hoort dus zeker de competitie bij) twee weken op Tenerife. (Foto via Facebook)





Reacties:

  • Nog geen reacties aanwezig.

U dient ingelogd te zijn om een reactie te kunnen plaatsen.



Gerelateerde berichten:

  • Geen gerelateerde berichten.